Terugblik op 2020

EEN GROTE STAP VOORWAARTS VOOR TABAKSPRODUCTEN

Eerste stappen van de gestandaardiseerde verpakking

Sedert 1 januari 2020 verbiedt de Belgische wet het gebruik van logo’s, kleuren, merkafbeeldingen of promotieteksten op verpakkingen van tabaksproducten. Alleen de naam van het product mag nog op het pakje worden gedrukt, in normale lettertypes en in een standaardkleur. Het pakje zelf heeft een standaardkleur die voor alle pakjes dezelfde is.

 

De invoering van de neutrale verpakking heeft als doel:

 

  • de aantrekkelijkheid van de verpakking en van het imago van het merk te verminderen, in het bijzonder bij jongeren;
  • de doeltreffendheid van de tekstuele of visuele gezondheidswaarschuwingen die worden aangebracht op de verpakkingen van tabaksproducten te verbeteren;
  • de desinformatie van de consument aangaande de gevaren van tabak te verminderen.

 

Deze maatregel, die eerder al in Australië, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Frankrijk werd ingevoerd, heeft zijn doeltreffendheid reeds bewezen. Op lange termijn draagt deze maatregel in hoge mate bij aan de vermindering van de tabaksprevalentie.

 

In België moeten alle pakjes sigaretten en roltabak geleverd bij de groothandel, sinds 1 januari 2020 voldoen aan de bepalingen inzake de gestandaardiseerde verpakking.  Detailhandelaren hebben tot 31 december 2020 de tijd om hun voorraden van oude, niet-gestandaardiseerde verpakkingen te verkopen.

 

Tijdens de eerste maanden van 2020 heeft de Inspectiedienst van Dier, Plant en Voeding alle groothandelaars gecontroleerd om hen over de nieuwe wetgeving te informeren en fouten op de verpakkingen zo snel mogelijk op te sporen.

 

Daarna werden deze fouten gesignaleerd aan de fabrikanten, zodat de verpakkingen volledig in orde konden gebracht worden vóór 01/01/2021, de datum waarop deze verplichting ook van toepassing werd in de kleinhandel.

 

Reclameverbod voor tabaksproducten

Sinds 1 januari 2021 is het verboden om het merk van een tabaksproduct te vermelden op affiches of op de voorgevel van winkels die deze producten verkopen. Deze uitzondering op het reclameverbod, die tot voor kort nog steeds bestond, werd namelijk afgeschaft door de wet van 15 maart 2020 tot wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.

 

 

 

In de praktijk betekent dit dat krantenwinkels, tabakswinkels en winkels voor e-sigaretten uiterlijk op 1 januari 2021 de reclameborden voor tabaksproducten, e-sigaretten en andere soortgelijke producten, zoals voor roken bestemde kruidenproducten, moeten hebben verwijderd.  Alle verwijzingen naar merknamen zijn tegenwoordig dus verboden, en dit zowel binnen als op de buitengevel van deze winkels.

 

In de tweede helft van 2020 heeft de FOD Volksgezondheid zeer actief gecommuniceerd naar alle actoren in de sector (producenten en handelaars), zodat deze nieuwe bepalingen vanaf de inwerkingtreding ervan zo goed mogelijk konden worden toegepast.

 

Dit was ook de gelegenheid om de bestaande beperkingen op het gebied van reclame, promotie en sponsoring voor tabaksproducten, die van toepassing blijven, in herinnering te brengen.

Naast de naleving van de nieuwe bepalingen heeft Dier, Plant en Voeding tijdens de controles bijvoorbeeld bijzondere aandacht voor het gebruik van volgende reclametechnieken:

 

  • prijsverminderingen en -promoties;
  • het  in de kijker zetten van tabaksproducten. Deze producten moeten op dezelfde wijze gepresenteerd worden als de andere producten die in de winkel worden verkocht;
  • er nadrukkelijk op wijzen dat die producten te koop zijn;
  • elke reclame of promotie voor technische elementen zoals bijvoorbeeld filters en rolblaadjes. Dergelijke praktijken hebben immers onrechtstreeks de bedoeling om de verkoop van tabaksproducten te promoten.

 

Als er inbreuken worden vastgesteld, kunnen overtreders een boete tussen 2000€ en 800.000€ krijgen. De verantwoordelijkheid voor een inbreuk kan liggen bij de fabrikant, de handelaar of beide, afhankelijk van de vastgestelde omstandigheden.

 

 

Mentholsigaretten verdwijnen

Reeds in 2014 besliste de Europese Unie om sigaretten en roltabak met een kenmerkend aroma te verbieden. Dit verbod was van toepassing vanaf 2017. Enkel voor de mentholsmaak werd een langere overgangsperiode voorzien. Sinds 20 mei 2020 is de verkoop van sigaretten of roltabak met mentholsmaak verboden in België.

 

Menthol is een stof die de tabaksfabrikanten aan sigaretten en tabak toevoegden om de mond en keel te verdoven en om zo de onaangename smaak en geur van tabaksrook te maskeren. Het frisse gevoel dat menthol aan sigaretten gaf, was ook zeer aanlokkelijk voor beginnende jonge rokers.

 

Dankzij het verbod op mentholsigaretten worden jonge niet-rokers dus beter beschermd. Het risico om te beginnen roken wordt zo namelijk verminderd. De wens van de Europese wetgever dat tabaksproducten de smaak en geur van tabak hebben en minder aantrekkelijk zijn voor de consument is nu helemaal vervuld.

 

In de maanden na de invoering van deze maatregel heeft de Inspectiedienst van Dier, Plant en Voeding controles uitgevoerd op dit verkoopverbod voor producten met mentholsmaak. Hieruit blijkt dat deze bepaling door de fabrikanten goed werd opgevolgd en dat verboden producten met een mentholsmaak van de markt verdwenen zijn.

BETERE VOORLICHTING VAN HET PUBLIEK OVER GENOTIFICEERDE VOEDINGSSUPPLEMENTEN

Voedingssupplementen zijn voorgedoseerde voedingsmiddelen op basis van planten, voedingsstoffen of andere stoffen met een nutritioneel of fysiologisch effect. De samenstelling en etikettering ervan zijn specifiek gereglementeerd om een veilig gebruik te waarborgen.

 

Voordat voedingssupplementen in België op de markt worden gebracht, moeten zij worden genotificeerd bij de Dienst Voedingsmiddelen. De notificatie is ook vereist voor voedingssupplementen die via internet worden verkocht, zelfs als de operator in het buitenland is gevestigd.Het notificatiedossier moet gedetailleerde informatie bevatten over de samenstelling van het product en een kopie van de etikettering ervan.

De Dienst Voedingsmiddelen controleert deze elementen en kent een notificatienummer toe aan het product, zo nodig met opmerkingen voor de conformering ervan. De controles op het terrein worden vervolgens uitgevoerd door het FAVV.

 

De lijst van producten waaraan een notificatienummer werd toegekend, wordt ter beschikking van het publiek gesteld op de website van de FOD Volksgezondheid.
Consumenten, professionele zorgverleners en distributeurs kunnen die dus gemakkelijk raadplegen.  Als een product niet werd genotificeerd, werd het illegaal op de markt gebracht en niet gecontroleerd door de Dienst Voedingsmiddelen.  De informatie op de notificatie is dus belangrijk voor de keuze van een product door de consument en vormt een selectiecriterium voor professionele zorgverleners en distributeurs.

 

De volledige lijst van genotificeerde voedingssupplementen omvat tienduizenden producten, waarvan sommige niet meer in de handel zijn of waarvan de notificatiedossiers niet zijn bijgewerkt.  In 2020 werden er aanpassingen aangebracht in de notificatieprocedure en de publieke lijst, teneinde de huidige situatie beter weer te geven en de conclusies van de evaluatie van de dossiers te verduidelijken, met het oog op een betere voorlichting van de consumenten en operatoren.

Vanaf midden 2021 zal de publieke lijst alleen nog producten bevatten die in de afgelopen vijf jaar zijn genotificeerd of bijgewerkt. De firma’s werden daarom verzocht om notificatiedossiers die meer dan 5 jaar oud zijn, te vernieuwen en zo nodig bij te werken.

 

De conclusies van de evaluatie van de dossiers worden vanaf nu opgenomen in de publieke lijst:

  • Indien in een dossier een grote non-conformiteit werd vastgesteld, wordt het notificatienummer toegekend voor een beperkte duur en wordt het in de publieke lijst gemarkeerd met een uitroepteken in een oranje driehoek.  Dit symbool wordt verwijderd zodra het dossier in regel werd gesteld.
  • Voor dossiers die onderworpen worden aan een specifieke evaluatie, bijvoorbeeld door de Commissie van Advies voor Plantenbereidingen of de Hoge Gezondheidsraad, wordt een tijdelijk nummer toegekend dat in de publieke lijst vergezeld gaat van een loepsymbool.
  • Notificatienummers die niet vergezeld gaan van een vermelding in de publieke lijst, stemmen overeen met dossiers waarvoor geen non-conformiteiten werden vastgesteld of alleen non-conformiteiten die geen grote gevolgen hebben voor de productveiligheid.
  • Er wordt geen notificatienummer toegekend indien het notificatiedossier onvolledig is of indien het product niet als een voedingssupplement kan worden beschouwd.

 

Een betere voorlichting van het publiek over de notificaties draagt bij tot de veiligheid van de voedingssupplementen die in België op de markt worden gebracht.

 

EINDE VAN DE PROCEDURE VOOR DE HEREVALUATIE VAN ADDITIEVEN VOOR DIERVOEDING

Dankzij de procedure voor de herevaluatie van additieven bestemd voor diervoeding en de verschillende intrekkingsverordeningen voor additieven op Europees niveau die daarop volgden, werden sinds 2010 1686 stoffen uit de handel worden genomen. 1400 daarvan zijn aromatische stoffen van chemische of botanische oorsprong waarvan het gebruik niet bevestigd werd door de diervoedersector. De overige additieven werden over het algemeen uit de handel genomen omdat de aanvrager de ontbrekende gegevens niet had ingediend.

 

Met uitzondering van aroma’s van botanische oorsprong (plantenextracten), zijn alle additieven nu specifiek geëvalueerd voor hun gebruik in dierenvoeding of uit de handel gehaald, ook al moest de beslissing met betrekking tot de toelating in sommige gevallen worden uitgesteld in afwachting van bijkomende informatie.Naar aanleiding van deze herevaluatie werden ook een aantal stoffen, na overleg met de aanvrager, uit de handel genomen omdat hun veiligheid voor mens, dier en milieu niet kon worden aangetoond of omdat ze niet het beoogde effect hadden.

 

In 2020 werden aanzienlijke inspanningen geleverd om die herevaluatieprocedure af te ronden,aangezien er in de loop van 2021 gestart zal worden met de evaluatie van de dossiers voor de hernieuwing van de eerste toelatingen die overeenkomstig die procedure voor een periode van 10 jaar verleend werden.

 

De grootste moeilijkheid die zich tijdens die herevaluatieprocedure voordeed, ligt in het feit dat de enige manier om een operator te verplichten om ontbrekende gegevens over veiligheid en/of doeltreffendheid te verschaffen, de publicatie is van een verordening tot beperking, opschorting of intrekking van de toelating, op basis van de conclusies van de EFSA (European Food Safety Authority).

 

Er werd op die manier te werk gegaan met o.a.:

  • formaldehyde, dat toxisch is voor de luchtwegen van de gebruikers;
  • vitamine B2geproduceerd door Bacillus subtilis KCCM-10445 dat genfragmenten bevat die coderen voor antibioticaresistentie;
  • antioxidanten zoals ethoxyquin, dat een mutagene onzuiverheid zou bevatten, en gebutyleerd hydroxyanisol (BHA) dat toxisch zou zijn voor katten;
  • cassiagom en tragacanthgom: verdikkingsmiddelen die gebruikt worden in honden- en kattenvoeding, maar met een zuiverheidsgraad die lager is dan toegelaten in voedingsmiddelen.

Naast de drastische vermindering van het aantal additieven die toegelaten zijn in diervoeding, valt het volgende te noteren:

 

  • de vermindering van het aantal toegelaten kleurstoffen en de vastlegging van maximumgehalten;
  • een betere omkadering voor de productiemethoden voor vitamines en aminozuren;
  • de toenemende moeilijkheid voor producenten van coccidiostatica om met name de veiligheid ervan voor het leefmilieu aan te tonen.

 

In 2020 werden 150 adviezen van de EFSA besproken en werden 81 toelatingsverordeningen goedgekeurd.

 

De experten van Dier, Plant en Voeding leggen niet alleen voor elke toelating voor een additief een Belgisch standpunt over de technische aspecten en het risicobeheer vast, maar updaten bovendien regelmatig een databank met de gebruiksvoorwaarden voor de toegelaten additieven.

 

Zo worden de operatoren en de controle-instantie op de hoogte gehouden van de wijzigingen die moeten worden aangebracht aan de formulering en etikettering van dierenvoeding.

 

Daarnaast werd het ministerieel besluit van 12 februari 1999 waarbij de additieven uit Richtlijn 70/524/EG nog op nationaal niveau werden toegelaten, grondig herzien.  De wijzigingen zullen kort na de publicatie van de intrekkingsverordening van februari 2021 worden gepubliceerd.

 

PRODUCTEN VOOR SPECIFIEKE GROEPEN: EVOLUTIE VAN DE NOTIFICATIES

De maand februari 2020 betekende een belangrijke nieuwe stap in de evolutie van de Europese wetgeving op het gebied van voeding voor specifieke groepen (FSG). Op 22 februari werd de FSG verordening immers aangevuld door de verordening inzake volledige zuigelingenvoeding (IF) en opvolgzuigelingenvoeding (FOF), en door de verordening inzake volledige zuigelingenvoeding die als voeding voor medisch gebruik (FSMP) vermarkt wordt. Zo wordt de nationale wetgeving inzake bijzondere voeding steeds meer op Europees niveau gereguleerd.

 

In België zijn bedrijven van de voedingssector verplicht om de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waar het betreffende product op de markt wordt gebracht, te laten weten welke informatie op het etiket wordt aangebracht. Dit gebeurt door een model van het etiket dat voor het product wordt gebruikt aan die autoriteit te bezorgen, en alle andere informatie te verstrekken die de bevoegde autoriteit redelijkerwijs kan verlangen om na te gaan of de geldende wetgeving wordt nageleefd. Alvorens deze procedure op te starten, is het van essentieel belang om te controleren of het product wel beantwoordt aan de definitie van een FSMP, IF of FOF.

 

In 2019 had het team dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de FSG-notificatiedossiers 299 dossiers behandeld (275 FSMP en 24 IF/FOF).  Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Europese wetgeving in 2020 is dat aantal gestegen tot 405 behandelde dossiers (359 FSMP en 46 IF/FOF).

 

Een aanzienlijke toename voor het nieuwe team van Dier, Plant en Voeding dat verantwoordelijk is voor de notificaties!

 

Dier, Plant en Voeding is dankbaar dat de meeste operatoren ervoor hebben gekozen om hun FSG-notificatiedossiers rechtstreeks in het elektronische systeem FOODSUP in te voeren, wat de doeltreffendheid en de uitwisselingen binnen het team sterk bevordert: 87 % en 91 % van de operatoren voor respectievelijk FSMP en IF/FOF geven de voorkeur aan FOODSUP. Elk dossier wordt zorgvuldig behandeld om de operatoren zo goed mogelijk te adviseren indien ze eventuele wijzigingen moeten doorvoeren. Zij ontvangen specifieke opmerkingen voor elk van hun genotificeerde producten.

 

Hebt u vragen omtrent FSG? Uw contactpersoon: apf.fsg@health.fgov.be.

VOLLE KRACHT VOORUIT MET DE VERORDENING OVER NIEUWE VOEDINGSMIDDELEN

Sinds de toepassing van de nieuwe EU-verordening inzake nieuwe voedingsmiddelen (“Novel Food”) in 2018, heeft het aantal toelatingsaanvragen alle verwachtingen overtroffen met 250 ingediende aanvragen. Dit is een teken dat innovatie aan belang toeneemt en dat het systeem werkt.

 

De novel food verordening werd lange tijd beschouwd als een rem op innovatie vanwege de lange duur van de procedure. De nieuwe verordening heeft gezorgd voor de versnelling van de procedures en de lopende dossiers die in de pijplijn blijven hangen, zijn voornamelijk te wijten aan de slechte kwaliteit van bepaalde dossiers. Er wordt nu ook proactiever gereageerd ingeval van ontbrekende gegevens.

 

In 2020 werden 109 nieuwe toelatingsaanvragen ontvangen op Europees niveau, waarvan 35 reeds aan de EFSA werd overgemaakt voor de veiligheidsbeoordeling. De Europese Commissie heeft ook bijkomende informatie gevraagd voor 30 dossiers, waaronder veel toelatingsaanvragen voor producten op basis van cannabidiol (stof afkomstig uit de cannabisplant).

 

Er werden in 2020 15 nieuwe voedingsmiddelen goedgekeurd, waaronder 2 traditionele voedingsmiddelen uit een derde land: een infusie van koffiebladeren en voedingsmiddelen op basis van de witte vruchtenpulp van de cacaoboon.Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle goedkeuringen voor nieuwe voedingsmiddelen in 2020, zowel van aanvragen volgens de algemene procedure als van notificaties van traditionele voedingsmiddelen uit een derde land (land buiten de Europese Unie).

 

Voor traditionele voedingsmiddelen uit een derde land is er een vereenvoudigde procedure voorzien, daar deze steunt op een veilige en significante gebruiksgeschiedenis in minstens één derde land.

 

Novel food ingredient

Omschrijving

Type novel food aanvraag

Uitvoeringsverordening

Graine de Chia (salvia hispanica)

Chiazaad

Reeds toegelaten novel food: uitbreiding van gebruik en aanpassing van de etiketteringsvereisten

(EU) 2020/24

Nicotinamide riboside chloride

Precusor van B-vitamine

Novel food

(EU) 2020/16

Fruit pulp, pulp sap, geconcentreerd pulpsap van Theobroma cacao L.

Vruchtenpulp en geconcentreerd pulpsap van de witte pulp van de cacaoboon

Traditioneel voedingsmiddel uit derde landen Aliments traditionnels de pays tiers

(EU) 2020/206

spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum)

Specifiek extract uit de tarwekiem Extrait spécifique de germe de blé

Toegelaten Novel food: verandering van specificaties

(EU) 2020/443

Lacto-N-tetraose

Gesynthetiseerd suikermolecule die van nature voorkomt in moedermelk

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/484

Gedeeltelijk ontvet chiazaadpoeder (Salvia hispanica)

Gedeeltelijk ontvet chiazaadpoeder rijk aan vezels of eiwitten

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/500

Xylo-oligosacchariden

Een (prebiotische) vezel

Toegelaten novel food: uitbreiding van gebruik

(EU) 2020/916

Infusie van koffiebladeren van Coffea arabica L. en/of Coffea canephora Pierre ex A. Froehner

Infusie van koffiebladeren

Traditioneel voedingsmiddel uit derde landen

(EU) 2020/917

Eiwitextract van varkensnieren

Eiwitextract uit varkensnieren

Toegelaten novel food: aanpassing gebruiksvoorwaarden

(EU) 2020/973

Vitamin D2 champignonpoeder

Paddestoelenpoeder verrijkt aan vitamine D door UV-behandeling

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1163

Suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.)

Suikers van cacaopulp

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1634

Gedroogde Euglena gracilis 

Gedroogde eencellige alg

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1820

Extract van Panax notoginseng en Astragalus membranaceus

Extract van Chinese ginseng en vlezige hokjespeul

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1821

Chroomhoudende gist (Yarrowia lipolytica)

Gistbiomassa met chroom

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1822

Seleenhoudende gist (Yarrowia lipolytica)

Gistbiomassa met selenium

Nieuw voedingsmiddel

(EU) 2020/1993

Dier, Plant en Voeding vervult een actieve rol in het goedkeuringsproces bij de bepaling van de voorwaarden voor het gebruik van de nieuwe ingrediënten: het veilig gebruik van het nieuwe voedingsmiddel, de duidelijkheid en consistentie van de goedkeuringsvoorwaarden die opgenomen zijn in de Europese lijst staan voorop.

 

Vooraleer de procedure op te starten blijft het belangrijk om eerst na te gaan of het gaat om een nieuw voedingsingrediënt. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het bepalen van de  status van het nieuwe voedingsmiddel. Dier, Plant en Voeding beschikt over een uitgebreid archief en diverse databanken en is bijgevolg sterk betrokken bij de bepaling van de “novel food” status, ook als de aanvraag gericht is tot een andere Europese lidstaat.

 

Meer info: novelfood@health.fgov.be

START VAN DE TRACEERBAARHEID VAN SIGARETTEN EN ROLTABAK

De bepalingen inzake de traceerbaarheid van sigaretten en roltabak zijn in mei 2019 in werking getreden. Sinds mei 2020 is de overgangsperiode voorbij en moeten alle producten die op de markt worden gebracht, hieraan voldoen.

 

Gedurende de eerste maanden van 2020 heeft de Dienst Inspectie alle groothandelaars gecontroleerd om hen op de hoogte te brengen van de nieuwe wetgeving en om zich ervan te vergewissen dat deze correct wordt toegepast.

 

Het traceerbaarheids- en veiligheidssysteem voor tabaksproducten vloeit voort uit richtlijn 2014/40/EU en wordt in alle EU-lidstaten toegepast.

 

Met het traceringssysteem tracht men de illegale handel te bestrijden door alle bewegingen van legale producten op basis van tabak te registreren. Het systeem werkt door middel van een unieke identificatiemarkering die in de vorm van een Datamatrix, een QR-code of DotCode op elke verpakking wordt aangebracht.

 

Aan de hand van de informatie die in het systeem wordt geregistreerd, kan de leveringsketen worden gecontroleerd en geverifieerd. In geval van overtreding stelt dit systeem bijvoorbeeld de overheid in staat om te bepalen waar en wanneer het product werd omgeleid naar de illegale markt.

 

Om de strijd tegen illegale producten nog meer te versterken, worden veiligheidselementen gelijkaardig aan diegene die we op bankbiljetten kunnen terugvinden, geïntegreerd in het fiscaal kenteken.  Om de illegale handel van tabaksproducten te bestrijden, wordt bovendien ook nauw samengewerkt met FOD Financiën. Andere tabaksproducten, zoals sigaren, cigarillo’s, waterpijptabak en nieuwsoortige producten op basis van tabak, zullen vanaf 20 mei 2024 aan deze verplichtingen moeten voldoen.

ONDERZOEK: SAMEN ZIJN WE SLIMMER

In 2020 heeft de pandemie Covid-19 duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is meer te investeren in wetenschappelijk onderzoek. Binnen Dier, Plant en Voeding bewijst contractuele onderzoek nogmaals haar cruciale rol door deel te nemen aan een reeks innovatieve projecten met een rigoureuze en betrouwbare aanpak.

PARC: naar een geïntegreerde benadering van risico’s van chemische stoffen

Binnen het nieuwe onderzoeksprogramma van de Europese Commissie, “Horizon Europe”, worden momenteel een hele reeks “Partnerships” opgericht. Deze Europese partnerschappen brengen de Europese Commissie en private en/of publieke partners samen om enkele van de dringendste uitdagingen van Europa aan te pakken via gecoördineerde onderzoeks- en innovatie-initiatieven. Ze dragen bovendien bij tot het streven naar een coherent onderzoeks- en innovatielandschap in de Europese Unie.

 

Dier, Plant en Voeding is, samen met het DG Leefmilieu en het Vlaams Departement Omgeving, nauw betrokken bij de voorbereiding van het “Partnership for the Assessment of Risks from Chemicals” (PARC). Dit Partnership past volledig binnen het “Green Deal” engagement van Europa en haar streven naar een gifvrije omgeving. PARC zal de Europese en nationale instanties voor risicobeoordeling en -beheer ondersteunen met nieuwe kennis en methoden om huidige, opkomende en nieuwe uitdagingen op het gebied van chemische veiligheid aan te pakken. De gezondheid van de mensen en het milieu bevorderen, dat is het hogere doel. Chemische voedselveiligheid vormt hierin een belangrijke schakel.

De start van dit 7-jarig project is voorzien in het voorjaar 2022, maar de eerste belangrijke stappen werden in 2020 gezet. Na intens overleg met Europese collega’s en de Commissie werd een “concept paper” gepubliceerd, die als uitgangspunt dient voor de verdere uitrol van het partnerschap. In een volgende stap worden de prioriteiten geïdentificeerd. Wordt vervolgd!

 

 

Garantie op een veilige aardappel

Bij het schillen van onze aardappelen zorgen we er best voor dat de scheuten en groenverkleurde delen worden verwijderd. In deze delen kunnen zich immers bepaalde schadelijke stoffen, de zogenaamde glycoalkaloïden, concentreren. Deze stoffen kunnen ook in beperkte mate in aardappelchips en diepgevroren voorgefrituurde aardappelproducten terechtkomen, zeker wanneer deze producten niet geschild zijn. In het onderzoeksproject RT 19/06 ALKALPO bestudeerden onderzoekers van de CER Groupe samen met Fiwap (Filière Wallonne de la Pomme de terre) de aardappelen en aardappelproducten op de Belgische markt. Met moderne technieken werd bepaald hoeveel glycoalkaloïden terug te vinden zijn, en welke factoren hierop een invloed hebben.

 

De laagste concentraties werden teruggevonden bij geschilde aardappelen. Bij krielaardappelen, die vaak met schil worden opgegeten, zijn de concentraties hoger. Hetzelfde geldt voor bepaalde types van aardappelchips. Deze producten verdienen dan ook extra aandacht.

De resultaten werden gedeeld met de Europese collega’s, en zullen in de toekomst bijdragen tot het vastleggen van normen voor glycoalkaloïden. Als consument kan je er alvast op letten dat je aardappelen in het donker bewaart.

Is schurft bij Belgische dikbillen erfelijk?

Het Belgisch Witblauw ras is een runderras dat voornamelijk gehouden wordt voor het vlees. De dieren staan bekend om hun imposante spiermassa; ze behoren tot de ‘dikbillen’. Dit ras is echter zeer gevoelig aan schurft, veroorzaakt door de Psoroptes ovis mijt. De mijten veroorzaken ernstige ontstekingen van de huid die gepaard gaan met letsels. Dit heeft grote gevolgen voor het dierenwelzijn en resulteert ook in economische verliezen voor de veehouder. De behandeling van schurft met middelen die de mijten afdoden is vaak niet efficiënt. Om tot een duurzame oplossing te komen, is er nood aan een alternatieve aanpak zoals het fokken van dieren die minder gevoelig zijn voor deze ziekte.

 

In het onderzoeksproject RT 17/01 BOMANGE hebben onderzoekers van de KU Leuven, UGent, ULiège, awé (Association Wallonne des Eleveurs) en CRV een werkwijze beschreven om een routinematige screening voor schurft op de bedrijven mogelijk te maken. Daarbij wordt een score gegeven aan het rund, op basis van de grootte en het uitzicht van individuele letsels en het aantal getelde mijten. Bij zeer gevoelige dieren met ernstige letsels kon er een verband worden vastgesteld tussen de grootte van de letsels en bepaalde erfelijke factoren.

 

Het project resulteerde in een aanbeveling om schurftevaluaties mee op te nemen in de praktijkscreening op de bedrijven, met een focus op de ernstige letsels. Er wordt verder onderzocht of “schurftgevoeligheid” opgenomen kan worden in het fokkerijprogramma van het Belgisch Witblauw ras. Het onderzoek wordt verdergezet om de genetische oorzaak van het ontwikkelen van schurftletsels meer in detail te bestuderen.

Zeldzame boktorren in Belgische bossen

Sinds de insleep van het dennenaaltje in Portugal in 1999 heeft deze rondworm zich over een groot deel van het Portugese vasteland verspreid, alsook in Madeira en delen van Spanje. Dit plaagorganisme, oorspronkelijk afkomstig is uit Noord-Amerika, voelt zich goed in het vaatstelsel van dennen. In warme zomers veroorzaakt het een aanzienlijke boomsterfte.

 

Deze nematode maakt gebruik van boktorren van het geslacht Monochamus om zich van boom tot boom te verspreiden. De Europese lidstaten nemen jaarlijks monsters van vatbare planten, hout en schors, alsook van de boktorren om er de nematode in op te sporen.

 

In de periode 2013-2015 financierde de FOD Volksgezondheid een uitgebreide survey in België, waarbij een honderdtal vallen werden opgehangen op strategische plaatsen verspreid over het grondgebied. Er werden toen slechts zeven7 Monochamus-individuen aangetroffen. Deze resultaten werden verder uitgediept in het onderzoeksproject RT 18/04 MONODIS om zo meer te weten te komen over de omstandigheden die de aanwezigheid en de verspreiding bepalen. Hiervoor ontwikkelde de Université Libre de Bruxelles (ULB), in samenwerking met CRA-W (Centre wallon de Recherches agronomiques) modellen die gebruik maken van klimatologische data en het bosareaal van dennen. Zo kon worden geconcludeerd dat België erg ongeschikt is voor de vestiging van boktorren, en de buitenlandse herkomst van de tot nu toe gevangen boktorren wordt bevestigd door de genetische analyses die in het kader van MONODIS zijn uitgevoerd. Anderzijds situeerden zich alle vangsten tot nu toe in de nabijheid van havens of bedrijven die hout invoeren of in hout of op paletten verpakte materialen, of in de nabijheid van grote logistieke centra langs de weg. Deze gebieden krijgen momenteel speciale aandacht, zodat snel kan worden opgetreden zodra daar boktorren worden waargenomen. Met deze inzichten hopen we nog vele jaren vrij te zijn van het dennenaaltje, dat stiekem kan meereizen met de boktor.

 

Enkele cijfers

Enkele cijfers

Enkele cijfers die u helpen om de zaken in perspectief te plaatsten.

314 DIERENARTSEN

De FOD Volksgezondheid is verantwoordelijk voor de organisatie van het beroep van dierenarts. Daar komt ook een formele eedaflegging bij kijken. Dierenartsen dienen namelijk onder eed te verklaren dat ze taken willen uitvoeren in het kader van de bestrijding van wettelijk te bestrijden dierziektes.

 

In 2020 beëdigden we zo 314 dierenartsen: 187 Nederlandstalige, 127 Franstalige.

1658 GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN

Gewasbeschermingsmiddelen – u leest er op deze website meer over – zijn aan een dubbele toelatingsprocedure onderworpen. Eerst moet de werkzame stof op Europees niveau worden goedgekeurd. Dan moet het gewasbeschermingsmiddel zelf nog groen licht krijgen op het niveau van de lidstaten.

Evaluatie van werkzame stoffen op Europees niveau (2020)

Evaluatie werkzame stof
(deelname aan peer review)

5

Situatie op het Belgische niveau:

Toelating van gewasbeschermingsmiddelen op Belgisch niveau (2019)

Nieuwe toelatingen (totaal)

65 (waarvan 3 producten op basis van een werkzame stof met een laag risico)

Vernieuwingen

14 (waarvan 5 producten op basis van een werkzame stof met een laag risico

Uitbreidingen voor kleine teelten

39

Verlengingen, wijziging van samenstelling en andere wijzigingen van bestaande toelatingen

179

Vergunningen voor parallelhandel

43

In 2020 waren er 1439 toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen geldig, naast 219 vergunningen voor parallelhandel, goed voor 1658 toelatingen in totaal.

81.500 FYTOLICENTIES

Sinds 25 november 2015 moet elke professionele gebruiker, verdeler of voorlichter van gewasbeschermingsmiddelen een fytolicentie behalen. Meer informatie daarover vindt u op www.fytolicentie.be.

 

Sindsdien heeft Dier, Plant en Voeding zo’n 81.500 licenties uitgereikt. Daarvan is 82% voor professioneel gebruik van deze producten. Overige licenties worden vooral afgeleverd voor de distributie van en voorlichting over gewasbeschermingsmiddelen, zoals in verkooppunten en tuincentra.

216 meststoffen en bodemverbeterende middelen

Om een product als meststof, bodemverbeterend middel, teeltsubstraat of aanverwant product te verhandelen is een ontheffing nodig. Die producten mogen dan niet voorkomen in bijlage I van het KB van 28 januari 2013.

 

Een aanvraagdossier deelt mee wat de samenstelling van het product is, zowel als de aard en de oorsprong ervan, hoe het productieproces eruit ziet, wat de bestemming van het product is, wat de dosering ervan is en licht de gebruiksaanwijzing toe.

 

Tellen we nieuwe ontheffingen op bij de verlengingen, dan komen we aan 216:

Ontheffingen en toelatingen van meststoffen in 2020

Nieuwe ontheffingen en toelatingen

91

Verlengingen

125

Totaal

216

Meer informatie vindt u op https://fytoweb.be/nl/meststoffen.

6800 DOSSIERS VOOR VOEDINGSMIDDELEN

Dier, Plant en Voeding evalueerde in 2020 meer dan 6800 dossiers voor voedingssupplementen en voedingsmiddelen verrijkt met vitamines en mineralen. De meeste dossiers worden via de online-applicatie FOODSUP ingediend.

NOTIFICATIE VAN PRODUCTEN OP BASIS VAN TABAK EN E-SIGARETTEN IN 2020

Producenten van producten op basis van tabak zijn in België verplicht om de overheid jaarlijks een aantal gegevens te bezorgen: een lijst van alle ingrediënten, zowel van kwalitatieve als kwantitatieve inslag, het gehalte aan teer, CO en nicotine, de etikettering, het verkoopvolume, …. In 2020 registreerde Dier, Plant en Voeding 2.534 tabaksproducten.

 

Ook producenten van e-sigaretten moeten naar aanleiding van deze notificatieplicht een dossier indienen bij Volksgezondheid – en dat geldt zowel voor het toestel als voor de vloeistof.

 

In 2020 behandelde Dier, Plant en Voeding 2.927 aanvragen voor de notificatie van e-sigaret producten en 236 aanvragen voor plantaardige rookproducten.

 

CONTROLES ROOKVERBOD: IN BRUSSEL BLIJFT HET PERCENTAGE INBREUKEN HOOG

In 2020 voerde de Tabaks- en Alcoholcontroledienst van Dier, Plant en Voeding 5.638 controles uit op het rookverbod. Het resultaat van deze controles is opvallend: in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft het percentage inbreuken met 21% veel hoger dan in Vlaanderen en Wallonië (respectievelijk 8% en 7%).

 

Het spreekt voor zich dat de inspectiedienst zijn controles zal blijven uitvoeren om de gezondheid van de bevolking te beschermen tegen tabaksrook.

 

Aan het fenomeen ‘tabak’ vallen tientallen verschillende dodelijke ziektes toe te schrijven. Wist u dat 90% van de longkankers toe te schrijven zijn aan roken? Voor deze bijzonder agressieve kanker zijn de overlevingskansen na vijf jaar nauwelijks gestegen, alle medische vooruitgang ten spijt.

 

Bovendien is deze kanker nog altijd aan een opmars bezig. Verbaast het de lezer nog dat de FOD Volksgezondheid hiertegen een kruistocht voert? Er is de laatste decennia veel gebeurd in de strijd tegen tabak, maar er is nog een heel pad af te leggen.

Aantal controles in Belgïe

Vlaanderen

Wallonïe

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

5 638

3 772

1 600

266

Percentage niet-conforme controles België

Vlaanderen

Wallonïe

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

9%

8%

7%

21%

Nieuwe bewustmakingscampagne over passief roken in auto's in het bijzijn van kinderen

Sinds 14 mei 20201 voert de inspectiedienst controles uit op het rookverbod in voertuigen in aanwezigheid van minderjarigen.

 

Passief roken in auto’s is schadelijk, en kinderen zijn de eerste slachtoffers. Aangezien hun immuunsysteem nog niet volgroeid is en hun lichaam nog in ontwikkeling is, zijn zij veel kwetsbaarder dan volwassenen en lopen zij een groter risico om ernstige ziekten te krijgen. Het risico op wiegendood bij zuigelingen wordt ook verveelvoudigd. Bovendien kunnen kinderen niet zelf beslissen of ze al dan niet in een rokerige auto willen zitten.

 

Om rokende automobilisten van dit probleem bewust te maken, is op sociale netwerken en op de website van de FOD Volksgezondheid een video geplaatst over passief roken in de auto in het bijzijn van kinderen.

 

In 2020 heeft de inspectiedienst op 167 plaatsen controles uitgevoerd op het rookverbod in een gesloten voertuig in het bijzijn van minderjarigen. In totaal werden er 3 overtredingen vastgesteld.

Verhoging van het aantal controles op het verbod op de verkoop van tabaksproducten aan minderjarigen

Ondanks de sluiting van een aantal handelszaken omwille van de gezondheidscontext, heeft de inspectiedienst de controles op de verkoop van tabaksproducten aan minderjarigen voortgezet.

 

Sinds november 2019 is de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabak verhoogd van 16 naar 18 jaar. In 2020 heeft de inspectiedienst 2 953 controlepunten gecontroleerd, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2019, en werden 101 overtredingen vastgesteld.

 

 

 

FOCUS

PLANTENGEZONDHEID IN DE KIJKER IN 2020 EN DAARNA

Door het jaar 2020 uit te roepen tot het ‘Internationaal Jaar van de Plantengezondheid’ (International Year of Plant Health – IYPH), stelde de FAO (het sturend orgaan van de Verenigde Naties voor voeding en landbouw) zich als hoofddoel de publieke opinie bewust te maken van het belang van een goede plantengezondheid. Die laatste heeft immers een impact op thema’s als voeding, milieu en zelfs economische ontwikkeling.

 

België heeft, op initiatief van de FOD en in het bijzonder de cel Plantenbescherming van Dier, Plant en Voeding, een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustmaking van regeringen, publieke organisaties, industrieën, wetenschappers én burgers met betrekking tot deze nobele zaak.

 

In ons activiteitenverslag 2019 kondigden we vier initiatieven aan die de experten van Dier, Plant en Voeding zouden uitwerken om van dit internationale jaar van de plantengezondheid een succes te maken. Er werden daarnaast nog andere leuke, waardevolle activiteiten op touw gezet.

Hierna volgen de details van deze – in weerwil van de ongeziene gezondheidscrisis – met succes uitgevoerde acties.

 

De uitgifte van een nieuw muntstuk van 2 euro in samenwerking met de Koninklijke Munt van België

Dit partnerschap met de Koninklijke Munt van België voor de uitgifte van een herdenkingsmunt van 2 euro heeft dit jaar gewijd aan de plantengezondheid “gematerialiseerd”.

 

Er werden maar liefst 600.000 van deze munten in omloop gebracht. De herdenkingsmunt werd officieel voorgesteld op 5 maart 2020 in het Museum voor Natuurwetenschappen in de aanwezigheid van de heer Denis Ducarme, toen federaal minister van Landbouw, evenals andere nationale en internationale vertegenwoordigers van de sectoren die betrokken zijn bij de plantengezondheid (landbouw, tuinbouw, boomkwekerijen, …), onderzoekers, vertegenwoordigers van de Europese Commissie, van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), van de FAO, van de Europese en mediterrane plantenbeschermingsorganisatie (EPPO), van andere lidstaten van de Europese Unie, en van de bevoegde federale (FAVV, douane) en gewestelijke overheden.

 

Het brede publiek kreeg dan weer de mogelijkheid deel te nemen aan deze officiële presentatie door de interesse in plantengezondheid kenbaar te maken via een wedstrijd op Facebook.

De organisatie van een symposium voor fytosanitair onderzoek in samenwerking met de deelstaten

Aanvankelijk was dit symposium in Brussel gepland, maar uiteindelijk kon het online worden georganiseerd op 15 oktober 2020 dankzij de experten van de cel Plantenbescherming en de cel Contractueel Onderzoek, bijgestaan door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en de bevoegde gewestelijke overheden. Meer dan 300 mensen namen deel aan dit event.

 

Dit symposium was een uitgelezen forum om de diverse projecten van zowel nationaal (gewestelijk en federaal) als internationaal niveau voor te stellen. Ze ondersteunen de plantengezondheid en daarmee dragen ze ook bij tot de realisatie van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.

 

De aanwezigheid van de voor de materie bevoegde ministers van de diverse bestuursniveaus getuigt van de noodzaak om de plantengezondheid centraal te plaatsen in de politieke discussies. Het werk van de wetenschappers heeft immers baat bij die politieke impulsen.

Samenstelling van een pedagogisch dossier rond plantengezondheid, bestemd voor de lagere en middelbare scholen

Met het oog op een zo ruim en gediversifieerd mogelijke bewustmaking heeft Dier, Plant en Voeding ook een informatiedossier voor leerkrachten en milieuactoren samengesteld.

Dit dossier kan worden gedownload op de website van de FOD Volksgezondheid en op diverse platformen voor leerkrachten.

 

De FOD Volksgezondheid heeft ook een vertaling in het Nederlands verzorgd van het activiteitenboekje ‘Gezonde planten voor een gezonde planeet’ van de FAO bestemd voor kinderen van 8 tot 12 jaar.

Deelname aan de Beastie-actie van de European and Mediterranean Plant Protection Organization (EPPO)

De internationale mascotte Beastie the Bug heeft nog kunnen reizen voordat de reisbeperkingen van de coronacrisis roet in het eten gooiden. Het was een unieke gelegenheid om meningen, ervaringen, evenementen en mooie foto’s te delen over het belang van de plantengezondheid, niet alleen tussen experten uit de Euromediterrane regio, maar met iedereen, over de hele wereld.

Poster 10 most wanted (beware & note)

Beware & Note is een project dat gefinancierd wordt door de FOD Volksgezondheid en dat tot doel heeft een systeem uit te werken voor de melding van plantschadelijke organismen in België. Het project loopt van juli 2019 tot eind april 2021.

 

Dankzij dit project konden een beperkt aantal plantschadelijke organismen worden geïdentificeerd om professionals en publiek enigszins voor te waarschuwen aan de hand van infofiches. Ook de melding van deze organismen via waarnemingen.be zal nog worden vereenvoudigd.

Het IYPH2020 bood de kans om een poster van de 10 schadelijke organismen te creëren om ze bovenop de infofiches nog meer onder de aandacht te brengen.

Tekenwedstrijd voor de kinderen van medewerkers van de FOD Volksgezondheid, het FAGG en het RIZIV

De cel Plantenbescherming van Dier, Plant en Voeding heeft tijdens de eerst lockdown een tekenwedstrijd georganiseerd voor de kinderen van de medewerkers van de FOD, het FAGG en het RIZIV (in het kader van het redesign van de gezondheidszorgadministraties).

 

Een opportuniteit om een nieuwe doelgroep bewust te maken van het belang van de plantengezondheid en eenvoudige acties om ze te beschermen (door de dagelijkse voetafdruk te verkleinen, deel te nemen aan initiatieven voor de bescherming en het beheer van natuurlijke hulpbronnen, en geen fruit, groente of planten het land in te brengen via de bagage).

In totaal namen 48 kinderen deel aan de wedstrijd en ze kregen daarvoor een zakje met bijvriendelijke en/of eetbare zaden.

Verlenging van de acties in verband met het Internationaal Jaar van de Plantengezondheid in 2021

Gezien deze talrijke verwezenlijkingen mogen we niet vergeten dat de communicatie en bewustmaking over plantengezondheid in 2020 plaatsvond in volle COVID-19-crisis. Bepaalde druk bezochte evenementen die een opportuniteit voor bewustmaking vormden, werden geannuleerd. Bijvoorbeeld de Beurs van Libramont of het Groot Milieufeest van Brussel, die gewoonlijk veel volk lokken.

 

Op internationaal niveau werd de Commissie voor Fytosanitaire Maatregelen die van 30 maart tot 3 april 2020 in Rome had moeten plaatsvinden, uitgesteld naar 15 tot 19 maart 2021 en omgezet in een online samenkomst. Ook de eerste internationale conferentie ‘Protecting Plant Health’ die in oktober 2020 in Helsinki had moeten plaatsvinden, werd uitgesteld naar 28 juni tot 1 juli 2021 en omgezet in een online event.

 

Hoewel twaalf maanden inzet voor de plantengezondheid op zich niet toereikend is om alle actoren (van politici tot het grote publiek) bewust te kunnen maken van de noodzaak om planten te beschermen, konden we dit jaar toch al het volgende bereiken: we hebben de plantengezondheid op de politieke agenda gebracht, we hebben onderzoek over het thema gepromoot en ondersteund en we hebben voor alles de internationale uitwisseling doen floreren.

Eén ding is zeker: bij Dier, Plant en Voeding gaat de cel Plantenbescherming voort op het elan van de afgelopen maanden.

 

Meer info vindt u hier: informatiedossier IYPH 2020

COVID-19 CONTROLES, EEN NIEUWE MISSIE VOOR DE INSPECTIEDIENST

Sinds maart 2020 kampt België met een ongekende gezondheidscrisis.

Na de eerste golf van Covid19-besmettingen en de quarantaineperiode die hierop volgde, was de inspectiedienst gedwongen om zichzelf opnieuw uit te vinden en werden de werkmethodes volledig aangepast: online vergaderingen werden de nieuwe norm en controles op e-commerce werden opgedreven.

 

Als reactie op de tweede golf van Covid19-infecties heeft de Belgische regering het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 inzake dringende maatregelen uitgevaardigd.  Dit besluit, dat tot doel heeft om de verspreiding van Covid19 zoveel mogelijk te beperken, heeft de inspectiedienst van Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid belast met het toezicht op deze maatregelen in bedrijven en verenigingen die goederen of diensten aan consumenten aanbieden, zoals bijvoorbeeld de horeca.

In 2020 voldeden 974 van de 3189 gecontroleerd inrichtingen niet aan de sanitaire maatregelen.

HET FEDERAAL BIJENPLAN

Het bijenplan 2017-2019 bundelde de federale acties ter bevordering van de bijengezondheid. Het was het vervolg van het eerste Bijenplan 2012-2014.

 

De bijengezondheid is afhankelijk van verschillende factoren. Daarom heeft de federale regering indertijd een Federaal Bijenplan 2017-2019 opgesteld waarin met al deze factoren rekening wordt gehouden. In dit bijenplan worden diverse maatregelen en acties beschreven die intussen zijn uitgevoerd, waaronder deze 8 actiepunten:

  • De beschikbaarheid verbeteren van de diergeneeskundige producten die noodzakelijk zijn voor de bijenzorg en de rol van de dierenartsen in het beheer van de gezondheid van de honingbijen versterken;
  • Tools ontwikkelen om de bestrijding van bijenziektes te verbeteren;
  • Een monitoring van de mortaliteit van de honingbijen uitvoeren en de vermoedelijke oorzaken van deze mortaliteit beter begrijpen;
  • De risico’s die samenhangen met de gewasbeschermingsmiddelen in kaart brengen, evalueren en beheren;
  • De risico’s die samenhangen met de introductie van invasieve soorten en schadelijke organismen of met het handelsverkeer in bijen voorkomen;
  • De verplichte bestrijding van distels die schadelijk zijn voor de landbouwactiviteit herzien;
  • Voor maatregelen ten voordele van de bestuivers sensibiliseren en deze stimuleren;
  • Het overleg en de nationale coherentie versterken.

Deze ambitieuze acties werden nauw opgevolgd door de Task Force groep “Bijenplan” die instaat voor de federale opvolging van de bijenproblematiek en die bestaat uit de volgende leden: het DG Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid die deze groep voorzit en nauw samenwerkt met het DG Leefmilieu die het secretariaat verzorgt, de Cel Contractueel Onderzoek van de FOD, het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) en het Federaal Agentschap voor de Geneesmiddelen en de Gezondheidsproducten (FAGG).

 

Alle acties van het Bijenplan 2017-2019 door DG Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid worden geëvalueerd en zal eind dit jaar een balans beschikbaar gemaakt worden.

 

Intussen werd ook volop gestart met de opmaak van een nieuwe nationale strategie inzake bestuivers voor de periode 2021-2030.  Bij de uitwerking van dit nieuwe plan zal rekening gehouden worden met onder andere de evaluatie van het bijenplan 2017-2019 en de uitkomst van de publieksraadpleging over de nieuwe strategie die recent plaatsvond.

Onze partners

EÉN CRISIS, VEEL KANSEN

De nefaste gevolgen van de gezondheidscrisis die in 2020 is losgebarsten, zijn talrijk en nog steeds aanwezig. Maar dit virus heeft ook de verdienste gehad onze zekerheden en onze gewoonten aan het wankelen te brengen en ons te doen nadenken over onze manier van werken.

New ways of working (NWoW)

Bij de federale overheid hebben de geleidelijke afschaffing van de prikklok, het occasioneel of regelmatig telewerk en het ‘clean desk’-principe gaandeweg een nieuwe manier van werken ingeluid. Er werden werkgroepen opgericht om de overheidsdiensten te begeleiden bij deze nieuwe resultaatgerichte werkcultuur met als kernwoorden autonomie, flexibiliteit en vertrouwen. Tot nu toe evolueerde elke administratie op eigen tempo naargelang haar behoeften en cultuur, maar ook in functie van de mate van  ‘technologische maturiteit’ van haar medewerkers.

 

De gezondheidscrisis heeft een stroomversnelling veroorzaakt.
​Wat onmogelijk of zelfs moeilijk was, is mogelijk geworden, maar daarom nog niet gemakkelijk voor iedereen. In 2020 is 100% telewerken voor iedereen een realiteit geworden.  Zoom, Teams, Skype hebben bijna geen geheimen meer voor ons. Vanzelfsprekend hebben we ons moeten leren aanpassen en heruitvinden, en werd op afstand werken een evidentie.

 

Binnen Dier, Plant en Voeding hebben verschillende diensten contacten met nationale of internationale stakeholders. Aangezien dienstreizen naar het buitenland verboden waren, hebben de medewerkers op een creatieve en open manier nieuwe formules gezocht om op afstand informatie uit te wisselen en te overleggen.

 

De eerste online-editie van het activiteitenverslag van  Dier, Plant en Voeding is in volle COVID-periode verschenen. De Directeur-generaal en de diensthoofden hadden de gewoonte om de belangrijkste onderwerpen van het afgelopen jaar face-to-face aan hun medewerkers en stakeholders voor te stellen. Het idee van een online activiteitenverslag was al enige tijd aan het rijpen en ook hier heeft de crisis tot een stroomversnelling geleid. De online formule is aantrekkelijk en is in de loop van de tijd ingeburgerd geraakt.

 

Dit aanpassingsvermogen en deze flexibiliteit betekenen echter niet het einde van vergaderingen met fysieke aanwezigheid. Zo pleiten bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de CODEX-vergaderingen voor gemengde vergaderingen, net zoals de Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie.  Er is nog steeds behoefte aan informele, persoonlijke contacten.

Een vinger in de pap

Als Europa op het vlak van normen en standaarden nog steeds een toonaangevend continent is en vaak zelfs de strengste eisen stelt, dan zit België daar voor iets tussen. Weliswaar als klein land, maar als bezieler van het eerste uur en met een reputatie van vaardig en beslagen onderhandelaar. Ook buiten Europa kennen en waarderen ze ons.

 

De Belgische overheid passend vertegenwoordigen is één van de kerntaken van de FOD Volksgezondheid en niet in het minst van Dier, Plant en Voeding. Een overzicht.

Europese hoge omes

Wetgeving en beleid op het vlak van voedselveiligheid, dieren- en plantengezondheid wordt grotendeels Europees gestuurd. Onvermijdelijk komt dan de Europese Commissie maar ook de Europese Raad in beeld.

 

Talrijke expertenwerkgroepen en expertencomités tekenen voor het voorbereidende werk. Op dat vaak onzichtbare maar arbeidsintensieve niveau onderscheidt Dier, Plant en Voeding zich: al die vergaderingen moeten worden voorbereid en standpunten moeten worden vertolkt. In samenwerking met ministeriële kabinetten, belangengroepen en andere spelers in het veld draagt Dier, Plant en Voeding daar zorg voor.

Rol als OIE gedelegeerde

België is stichtend lid van de OIE, de werelddierengezondheidsorganisatie. Sinds eind 2019 is Dr. Herman Claeys de gedelegeerde voor België bij de OIE. In 2020 heeft de OIE de evolutie van SARS-COV-2 bij dieren nadrukkelijk opgevolgd en werd deze informatie gebruikt om ook het RAGCA en dus het Belgische beleid te informeren en te adviseren. De OIE heeft zich dan ook volledig ingeschreven in een internationale “One Health” benadering door samen met de WHO, FAO en UNEP een mondiaal orgaan op te richten die de verschillende disciplines samenbrengt.

 

Naast de vertegenwoordiging van de belangen van ons land is de OIE ook de geschikte plaats voor een internationaal netwerk waarbij de normen van de OIE als referentie voor de internationale handel in dieren en dierlijke producten gelden. Wist u trouwens dat dierenarts Kris De Clercq van Sciensano reeds 10 jaar een vooraanstaand lid is van de wetenschappelijke commissie van de OIE en hierin als ondervoorzitter mee de wetenschappelijke opbouw en inzichten verzorgt voor de diergezondheid?

Un acteur clé omniprésent

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid is beter bekend onder z’n Engelse benaming – European Food Safety Authority – en nog beter als het letterwoord EFSA. Zijn ontstaan dankt EFSA aan de voedselcrises van de jaren ’90; denk aan dioxines en BSE. Reden genoeg voor het Europese Parlement en de Europese Raad om, op 28 januari 2002, deze wetenschappelijke instelling in het leven te roepen.

 

Sindsdien tekent de organisatie voor het geven van onafhankelijke wetenschappelijke adviezen aan de Europese Commissie, het Europese Parlement én de onafhankelijke lidstaten.  EFSA’s activiteiten bestrijken het hele productieproces dat met voedselvoorziening gepaard gaat – van boer tot bord dus.

 

De rol die Dier, Plant en Voeding hierin speelt, kan moeilijk worden overschat. Wij zijn niet alleen het officiële contactpunt voor België – het ‘Focal Point’ –  maar vertegenwoordigen evenzeer onze overheid in het Adviesforum – ‘Advisory Forum’ – van EFSA. Risico-beoordeling en risico-communicatie, uitwisseling van wetenschappelijke gegevens, coördinatie van inspanningen en dubbel werk vermijden, ook uiteenlopende meningen confronteren en uitfilteren: het gebeurt allemaal hier.

Who’s afraid of WHO?

Wie kent de Wereldgezondheidsorganisatie niet? De in Genève gevestigde World Health Organisation (WHO) maakt deel uit van de Verenigde Naties en is ’s werelds specialist in gezondheidsaspecten. Voor België is Dier, Plant en Voeding haar partner waar het gaat om tabak, alcohol en gezonde voeding.

 

Zo bestaat de ‘kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik’ in 2020 zo’n 15 jaar en werd dat verdrag ondertekend door 180 landen die samen zo’n 90% van de wereldbevolking vertegenwoordigen. De overeenkomst en de eruit voortvloeiende richtlijnen staan toe om een coherent controlebeleid te voeren. Noem dit verdrag, gezien het belang ervan, gerust een mijlpaal in de geschiedenis van de volksgezondheid.

 

Ook op het vlak van alcohol vertolkt Dier, Plant en Voeding een globale strategie die berust op meer bewustmaking, een stevige gegevensbasis, adequate technische ondersteuning, versterking van de partnerschappen en een zo efficiënt mogelijke monitoring.

 

Voeding tenslotte wordt gezien als een essentieel onderdeel van gezondheid en levensontwikkeling. Toereikende voeding is dus het sleutelwoord. In de praktijk betekent dat strijden tegen ondervoeding én overgewicht: een schrijnende tegenstelling.

Honger is een onrecht

Voornaamste doelstelling van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties  (FAO) is voedselzekerheid te creëren voor iedereen. In de praktijk komt dat vooral neer op plattelandsgebieden helpen. Het is onze plicht om hieraan een bijdrage te leveren, door de FAO te steunen in haar vier doelstellingen: hulp bieden aan ontwikkelingslanden, informatie verstrekken over voedsel, landbouw, tuinbouw, bosbouw en visserij, advies geven aan overheden en een neutraal discussieplatform bieden dat kan dienen als lanceerbasis voor doelmatig beleid.

Een eerbiedwaardig referentiepunt

De Codex Alimentarius werd in het leven geroepen door WHO en FAO en is een altijd aangroeiend geheel van richtlijnen en standaarden op het vlak van voedsel, levensmiddelen en voedselveiligheid. Zo willen we de gezondheid van consumenten beschermen, eerlijke handelspraktijken in de voedselhandel garanderen en het harmoniseren van voedselstandaarden bevorderen. Dier, Plant en Voeding is het unieke nationale contactpunt voor België.

Diergezondheid, een wereld apart

De Wereldorganisatie voor Diergezondheid (OIE) bestaat al sinds 1924, houdt zich bezig met verzamelen, analyseren en verpreiden van wetenschappelijke veterinaire informatie en telt 167 leden. Ook het waarborgen van transparantie over de wereldwijde stand van zaken op het vlak van dierziekten en zoönosen behoort tot haar kerntaken. OIE wil ook een correcte wereldhandel bevorderen door het opstellen van standaarden voor de internationale handel in dieren en dierlijke producten.

 

Dier, Plant en Voeding is de officieel gedelegeerde voor België.

Beschermen wat ons rest

Ook planten kennen een internationaal samenwerkingsverband.  De IPPC werd in 1952 opgericht en weet meer dan 180 landen bij zich aangesloten. IPCC betracht een geharmoniseerde aanpak van plagen en ziekten, internationale normen uitwerken en informatie uitwisselen. Ook om die doelen concreet te maken is Dier, Plant en Voeding het unieke contactpunt voor België. Wij zijn dat ook bij EPPO, het Europese neefje dat de doelstellingen van IPPC ten uitvoer brengt.

Noblesse oblige

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wil markteconomie verenigen met de principes van de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten: beslist een nobele intentie. Dier, Plant en Voeding zet zijn beste beentje voor om de principes van OESO te vertalen naar de beleidsdomeinen gewasbescherming, voeding en genetisch gemodificeerde organismen.

De ene raad is de andere niet

De Raad van Europa – niet te verwarren met de Europese Raad – verenigt 47 Europese landen en kent ook 6 niet Europese landen als waarnemers. De raad werd in 1949 opgericht, en weer was ons land stichtend lid. Staan met stip op de agenda: het beschermen van mensenrechten, bevorderen van mensenrechten en bestrijden van rassendiscriminatie en onverdraagzaamheid. Niet verwonderlijk dat binnen deze intergouvernementele organisatie het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) werd opgesteld.

 

Toch kent de samenwerking met Dier, Plant en Voeding een meer ‘technisch’ karakter en handelt ze over zowel cosmetica als materialen in contact met voeding.

In search for excellence

STAR-IDAZ is een recent opgericht en erg ambitieus onderzoeksconsortium dat streeft naar maximale fondsen voor gecoördineerde diergezondheidsonderzoeken, uiteraard op internationaal niveau. Dier, Plant en Voeding maakt deel uit van een regionaal – Belgisch –  consortium en is zo een vaste partner van STAR-IDAZ.

ICRAD

Deze organisatie – International Coordination on Research on Infectious Animal Disease– doet onderzoek op basis van ‘cross-cutting research’ en wil, bijvoorbeeld door het samengaan van wetenschappelijke en industriële inzichten, tot nieuwe inzichten komen. Dier, Plant en Voeding beheert, samen met zijn partners, de oproepen tot het indienen van projectvoorstellen. De FOD Volksgezondheid stelt een deel van haar budget open voor onderzoeksprojecten met Belgische onderzoekers.

SCAR

Het ‘standing committee on agricultural research’ kende in 2005 een doorstart en heeft zich een plaats verworven als gerespecteerd adviesorgaan voor Europese agriculturele en bio-economische onderzoeken. Ook hier is Dier, Plant en Voeding actief, meer bepaald binnen de ‘collaborative working group on animal health and welfare’ die zich richt op het ontwikkelen van een duurzaam netwerk van onderzoekssponsors van de EU en aspirant-leden van de EU.

EUPHRESCO

Dit netwerk  van organisaties wil onderzoeksprojecten financieren en nationale inspanningen van aangesloten landen verenigen op het vlak van plantengezondheid. Het coördineren en wederzijds beïnvloeden van research(ers) in dit domein moet de onderzoeksresultaten naar een hoger plan tillen. Dier, Plant en Voeding draagt als uniek contactpunt zijn steentje bij. Onze FOD stelt ook hier een deel van het jaarlijks onderzoeksbudget ter beschikking.

ZORGZAAM DE UWE

Wat bindt de Permanente Vertegenwoordiging, het FAVV, Sciensano, het FAGG, NUBEL en AMCRA met ons?

Uw welzijn. Elk van deze organisaties zet samen met ons alle zeilen bij om België die status te blijven geven van een land waar het goed om toeven is.

Dat gaat niet vanzelf. Vanuit geopolitiek oogpunt bekeken zijn de kaarten de afgelopen decennia danig herschud. Westerse landen hebben economisch, cultureel en politiek met nieuwe spelers rekening moeten leren houden.

In die constellatie en in een soms erg snel veranderende omgeving houden wij vastberaden vast aan hoge standaarden. Een goed leven is een dergelijke volgehouden inspanning namelijk meer dan waard. Dier, Plant en Voeding van Volksgezondheid wil elke dag weer zorgzaam de uwe zijn.

 

 

 

Van wezenlijk belang

Al eens stilgestaan bij het gegeven dat de Permanente Vertegenwoordiging (PV) bij de Europese Unie de grootste Belgische diplomatieke post ter wereld is? Het is dé stem van België in Europa. De PV behartigt onze belangen in de EU en is dus ook de liaison tussen België en de Europese instellingen.

 

Wij op onze beurt zijn de geprivilegieerde partner van de PV op het vlak van zowel voedselveiligheid en dieren- en plantengezondheid als met betrekking tot tabaks- en alcoholbeleid. Die grote verantwoordelijkheid nemen wij zeer ernstig. De communicatielijnen zijn kort en intens, het contact zo goed als permanent. De nauwe opvolging van dossiers is een constante in onze relatie.

 

Voor veilig voedsel

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) waakt sinds 2000 over veiligheid en kwaliteit van ons voedsel. Zo is het FAVV het spreekwoordelijke geluk bij een ongeluk (de dioxinecrisis van 1999) en heeft het Agentschap inmiddels een reputatie op het vlak van degelijkheid te verdedigen. Daar zitten de meer dan 120.000 jaarlijkse controles vast voor iets tussen.

 

Het FAVV en wij zijn twee handen op één buik – uw buik. Waar wij bevoegd zijn voor het uittekenen van beleid en vastleggen van normen tekent het FAVV voor de controle op het terrein. Hoeft het gesteld dat voortdurende interactie onontbeerlijk is? Een protocol tussen ons legt de te volgen werkwijze vast en is aangevuld met dienstenakkoorden voor specifieke domeinen. Twee keer per jaar zitten we samen en bespreken we strategische dossiers. Per vakgebied houden we daarnaast regelmatig meer technisch getint overleg. Onze experten vinden elkaar dagelijks. Dat creëert een gezonde werksfeer waarin collega’s elkaar bij de les houden. Waar u dan weer wel bij vaart.

Geneeskundige krachten

Ook het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) speelt, zoals de naam doet vermoeden, een grote rol in uw welzijn en is essentieel in de bescherming van de volksgezondheid.

 

Sommige producten bevinden zich in een grijze zone: gaat het over geneesmiddelen, voedingssupplementen, cosmetica, biociden, voedingswaren of ‘gewone’ gebruiksproducten? Om eventuele onzekerheid weg te nemen en te weten door welke wetgeving een product wordt gevat heeft het FAGG een Gemengde Commissie in het leven geroepen. Daar zitten naast het FAGG en wijzelf ook het FAVV in, de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en onze collega’s van de FOD Volksgezondheid die gespecialiseerd zijn in kwaliteit en veiligheid. Samen komen we er altijd uit.

 

Op onze beurt rekenen we graag op de expertise van FAGG met betrekking tot antimicrobiële resistentie en het gebruik van antibiotica in de veehouderij.

In naam van de wetenschap

De jongste van de hier toegelichte partners is Sciensano, opgericht in 2018.  Deze openbare instelling vervult haar opdrachten op het vlak van volksgezondheid en diergezondheid op het niveau van gewesten, gemeenschappen en de federale staat, op Europees vlak en algemeen internationaal.

 

Sciensano volgt nieuwe ontwikkelingen op en neemt initiatieven om de volksgezondheid te verbeteren; denk bijvoorbeeld aan de invloed van diergezondheid op volksgezondheid. De expertise van Sciensano maakt haar tot een autoriteit waarop geleund wordt om nationale beleidslijnen en programma’s te ontwikkelen. Dier, Plant en Voeding maakt – zoals ook andere beleidsmakers – gretig gebruik van de door Sciensano aangereikte wetenschappelijke inzichten om verantwoorde keuzes te kunnen maken.

 

Nutriënten, verenigt u!

Nubel beheert een gegevensdatabank over voedingsmiddelen. De voorzitter van de FOD Volksgezondheid is meteen ook de voorzitter van de Raad van Bestuur van Nutriënten België. Wij laven ons graag en veel aan deze nooit opdrogende bron van kennis. Nubel geeft ook voorlichting over z’n activiteiten, zowel op internationaal als op nationaal niveau.

Een hoogsteigen discipline

AMCRA, ook een vzw, is ons federale kenniscentrum met betrekking tot antibioticagebruik bij dieren en ermee samenhangende resistentie. Over deze specifieke materie wil AMCRA neutraal en objectief communiceren, sensibiliseren en adviseren. Een doordachte reductie van het antibioticagebruik is het respectabele doel. Onder andere in het kader van het ‘one world, one health’ – verhaal leggen wij ook hier graag ons oor te luisteren.

 

België, een puzzel

Dit rijke, boeiende maar ook ingewikkelde land telt nogal wat bestuursniveaus.  Niet alleen gewesten en federale overheid maar ook de gewesten onderling zijn gebaat bij systematisch overleg. Samenwerkingsakkoorden worden opgevolgd door middel van Interministeriële Conferenties, officiële organen op het vlak van samenwerking met de gewesten. Voor het dagelijks bestuur bestaat een permanente werkgroep.

Dier, Plant en Voeding is betrokken bij de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid (ICLB) en vertegenwoordigt daar de FOD Volksgezondheid als permanent lid. Ook bij de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) zijn wij aanwezig, bijvoorbeeld in de werkgroep Pesticiden.

 

KRING VAN WIJZEN

Ons welzijn, de gezondheid van onze dieren en planten en de veiligheid van ons voedsel: dat zijn geen zaken waar je licht over gaat. Wij omringen ons dan ook met de beste raadgevers en op onze beurt adviseren wij ook hen waar mogelijk. Dier, Plant en Voeding is in de meeste van deze adviesorganen immers rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken bij de besluitvorming.

Boven discussie verheven

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) brengt gewaardeerde wetenschappelijke adviezen uit die als doel hebben de volksgezondheid te beschermen en te verbeteren. Die adviezen fungeren als leidraad voor beleidsmakers en gezondheidswerkers.

 

Dier, Plant en Voeding laat zich door de Hoge Gezondheidsraad inspireren waar het gaat om gezonde voeding en voedselveiligheid. Dat behelst evenzeer advies over nieuwe soorten voedingsmiddelen – denk aan Novel Foods – en voedingssupplementen. Ook de inzichten en adviezen over consumptieproducten zoals tabak, e-sigaret en alcohol zijn voor ons vaak richtinggevend.

Erkend erkenningscomité

Het Erkenningscomité voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik is in 1998 opgericht en moet om een advies worden gevraagd als iemand een gewasbeschermingsmiddel op de markt wil brengen. Experten van Dier, Plant en Voeding vinden er collega’s van Leefmilieu, Sciensano en FAVV in terug, aangevuld met deskundigen uit de drie gewesten.

.

We trachten in consensus een advies te formuleren. Finaal is het Dier, Plant en Voeding dat de minister voorstelt om al dan niet een toelating te verlenen voor het op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel. Als het middel groen licht krijgt, dan worden ook de na te leven voorwaarden meegegeven.

 

 

Zeg gerust ‘Plantencommissie’

Onze adviseur voor plantenkwesties heet officieel Commissie van Advies voor Plantenbereidingen maar als je ze wat beter kent mag je gewoon Plantencommissie zeggen. De dames en heren van stand die in deze commissie zitting hebben, reiken ons de wetenschappelijke veiligheidsevaluaties aan van plantenbereidingen en kruiden in voedingssupplementen. Hun advies is richtinggevend voor het fiat – of veto – van de minister om toegang te krijgen tot de markt.

 

Dier, Plant en Voeding passeert per definitie bij de plantencommissie als er voedingssupplementen opduiken met planten(-delen) die nog niet zijn opgenomen in de lijst van toegelaten planten voor gebruik in voedingssupplementen.

 

Gecoördineerde aanpak

NAPAN staat voor ‘Nationaal Actie Plan – Plan d’Action National’ en buigt zich over de coördinatie van alle plannen voor de reductie van het gebruik van pesticiden.

 

De NAPAN Task Force (NTF) zorgt voor afstemming tussen gewestelijke en federale programma’s. Dier, Plant en Voeding neemt het voorzitterschap op zich en neemt het secretariaat waar. NAPAN communiceert naar de Europese Commissie en de lidstaten en coördineert openbare raadplegingen zowel als gemeenschappelijke projecten; denk daarbij aan fytolicenties, informatie in verkooppunten, harmonisering van watervervuilingsnormen, … Ook initiatieven voor gecoördineerde controles vertrekken van hieruit.

Bioveiligheid voor alles

De Adviesraad voor Bioveiligheid (ARB) vormt samen met de dienst Bioveiligheid en Biotechnologie het gemeenschappelijk wetenschappelijk evaluatiesysteem. Dat wil de Belgische overheden adviseren over de bioveiligheid van activiteiten die gebruik maken van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) en/of pathogenen.

De ARB brengt advies uit over dossiers met betrekking tot het in de handel brengen van producten die bestaan uit ggo’s of die ggo’s bevatten. Ook buigt de ARB zich over vragen, gerelateerd aan veldproeven met transgene planten of klinische proeven met ggo-geneesmiddelen.

Deze wetenschappelijke adviezen gaan het advies van Dier, Plant en Voeding aan de minister vooraf.

Prijzencomité

Elders op deze site leest u meer over de cel contractueel onderzoek. Die cel wordt bijgestaan door een Beoordelingscomité. Zowel Dier, Plant en Voeding als het FAVV en deskundigen van onze universiteiten hebben er zitting in.

 

Bij het toekennen van financiële toelagen baseert de minister van Landbouw zich op het advies van dit beoordelingscomité.

Consumptie en transparantie

Zie de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten als een overlegplatform waarop de FOD Volksgezondheid kan bogen om een federaal standpunt in te nemen op het vlak van voedingsbeleid.  Die ‘… en andere consumptieproducten’ slaat op tabak, alcohol, e-sigaret, cosmetica en aanverwante.

 

Dier, Plant en Voeding zit deze Raad voor. Ook de betrokken beroepssectoren, consumentenverenigingen en relevante autoriteiten zijn erin vertegenwoordigd.

 

Het advies van deze Raad is wettelijk vereist voor nationale wetgevingen op het vlak van samenstelling en etikettering van of publiciteit voor levensmiddelen.

Niets beter dan de borst

Het Federaal Borstvoedingscomité is binnen de schoot van de FOD Volksgezondheid opgericht om het belang van borstvoeding te benadrukken. Dat blijft immers de beste voeding. De voordelen zijn legio, op korte, middellange en lange termijn, en niet alleen voor de baby maar ook voor de moeder.

Dit comité adviseert, neemt initiatief en stimuleert acties die borstvoeding positief onder de aandacht brengen. Dier, Plant en Voeding draagt dit comité en haar missie een warm hart toe.

Blik op 2021

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN: VERDER DAN SENSATIEZUCHT

Gewasbeschermingsmiddelen (algemeen bekend als pesticiden) hebben een slechte reputatie. Het is voor de burger niet gemakkelijk om in de vaak opvallende publicaties waar of onwaar van elkaar te onderscheiden.

 

Pesticiden kunnen schadelijk zijn en ons organisme en ons milieu verstoren, maar zij zijn noodzakelijk voor onze landbouw. Het is de taak van de autoriteiten om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zodanig te reguleren dat een aanvaardbaar risiconiveau wordt bereikt.

 

Hoe kunnen we het debat over pesticiden verrijken? Binnen Dier, Plant en Voeding zijn wetenschappelijke experten voortdurend bezig met bewustmaking en informatieverstrekking. De bedoeling is licht te werpen op de vragen die besproken worden, en dit door wetenschappelijke studies en adviezen op een toegankelijke manier te presenteren.

 

Dit voorlichtings- en bewustmakingswerk gebeurt via nieuwsberichten, de website  fytoweb of specifieke communicatieacties. Zo moet, zoals in de wetgeving is bepaald, algemene informatie over de risico’s van het gebruik van pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu worden geafficheerd in verkooppunten voor amateurs. In samenwerking met de Gewesten coördineert het NAPAN een communicatiecampagne die in 2022 van start zal gaan.

Neonicotioïden

De neonicotinoïden hebben de afgelopen jaren voor heel wat beroering gezorgd. Het zijn insecticiden die zeer giftig zijn voor vogels, insecten en andere organismen, en ook zeer lang aanwezig blijven in het leefmilieu.

Zo werden reeds in 2013 beperkingen opgelegd aan de drie meest giftige stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid. Het gebruik door particulieren werd verboden, de zaaizaadbehandeling werd beperkt, de bladbehandeling van de meeste graangewassen werd verboden, en voor een reeks opgesomde gewassen werd de toepassing beperkt (enkel in serres of na de bloei). Deze beperkingen werden opgelegd naar aanleiding van een evaluatie van de EFSA die aantoonde dat risico’s voor de bijen niet uitgesloten kunnen worden.

 

In 2018 werden deze maatregelen, na een nieuwe evaluatie van de EFSA, verder aangescherpt: gewasbeschermingsmiddelen op basis van deze drie stoffen mochten enkel nog toegepast worden op gewassen die gedurende de volledige levenscyclus in een permanente serre bleven, of op zaaizaden die alleen bedoeld waren voor gebruik in permanente serres (waarbij het verkregen gewas de hele levenscyclus in deze serre blijft).

 

In 2020 zijn er voor deze stoffen belangrijke ontwikkelingen geweest: de goedkeuring van de werkzame stoffen clothianidin en thiamethoxam was reeds in 2019 verlopen op Europees niveau. De toen toegekende uitloopperiode voor het verkopen en opgebruiken van resterende stocks liep in 2020 af.  Alle resterende toelatingen voor producten op basis van deze werkzame stoffen werden door de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten in 2020 ingetrokken.

 

Ook  de Europese toelating voor de werkzame stof imidacloprid liep op 1 december 2020 af. De dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten kende voor het enige overblijvende product op basis van deze werkzame stof een uitloopperiode van 18 maanden toe, in overeenstemming met de Europese regelgeving.

 

Het aflopen van de goedkeuring van deze 3 werkzame stoffen is het gevolg van een beslissing van de fabrikanten van deze stoffen om ze niet langer te ondersteunen tijdens de procedure voor de vernieuwing van de toelating op Europees niveau.

Van de neonicotinoiden blijft nu enkel acetamiprid over als toegelaten stof. Deze toelating werd reeds in 2018 op Europees niveau verlengd. De toxiciteit van deze stof voor bijen is echter veel lager dan de toxiciteit van de andere neonicotinoïden, terwijl de toepassingsdosis als gewasbeschermingsmiddel wel gelijkaardig is. De vernieuwing van de nationale toelatingen is momenteel lopende.

 

Het in snel tempo wegvallen van clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid stelt onze landbouw, en dan vooral onze bietenteelt, voor een probleem. Lidstaten van de Europese Unie hebben de mogelijkheid om noodtoelatingen te geven voor gewasbeschermingsnoden waar geen adequate andere oplossing voor bestaat.

 

In 2019 en 2020 werden er noodtoelatingen gegeven voor het uitzaaien van met thiametoxam en clothianidin behandelde zaaizaden van suikerbieten, sla en wortel (enkel 2019). Er wordt niet verwacht dat noodtoelatingen voor deze werkzame stoffen in de toekomst nog zullen worden herhaald. Gelet op het feit dat de goedkeuringen van clothianidin en thiamethoxam niet vernieuwd werden op Europees vlak, valt immers te verwachten dat er in de toekomst onvoldoende gegevens beschikbaar zullen zijn om na te gaan of de betrokken gewasbeschermingsmiddelen nog voldoen aan de steeds strikter wordende toelatingsvereisten.

 

Bij een evaluatie voor een noodtoelating vindt immers een volledige evaluatie plaats, net zoals voor een evaluatie voor een reguliere toelating. Het is immers niet de bedoeling dat het hoge niveau van bescherming van het milieu en de gezondheid, dat door de Europese regelgeving gegarandeerd wordt, via noodtoelatingen zou kunnen afgezwakt worden. Een nieuwe aanvraag voor deze noodtoelatingen in 2021 werd dan ook negatief geëvalueerd.  Daarentegen werd voor imidacloprid een noodtoelating afgeleverd voor suikerbieten en sla. Voor deze stof zijn nog voldoende recente studies beschikbaar.

 

L’objectif n’est effectivement pas que les autorisations d’urgence réduisent le niveau élevé de protection de l’environnement et de la santé garanti par la réglementation européenne. Une nouvelle demande d’autorisations d’urgence en 2021 a dès lors fait l’objet d’une évaluation négative.  Par contre, une autorisation d’urgence a été délivrée pour l’utilisation de l’imidaclopride pour les betteraves sucrières et la laitue. Pour cette substance, on dispose encore de suffisamment d’études récentes.

HET ONVOORSPELBARE VOORZIEN

Op het gebied van de gezondheid is preventie een aanpak die zowel voor mensen als voor dieren de voorkeur verdient. Binnen DG Dier, Plant en Voeding nemen experten deel aan werkgroepen die zorgen voor een betere monitoring van deze opkomende ziekten of zoönosen.

Emerging diseases

 2020 was het jaar bij uitstek om aandacht te schenken aan nieuw opduikende ziekten. Internationaal zijn deze gekend onder de noemer “emerging diseases”.

 

Onze FOD coördineert de  problematieken rond menselijke, dierlijke en plantgezondheid alsook de leefbaarheid van het leefmilieu. Deze “One Health” aanpak wordt door Dier, Plant en Voeding ten volle opgenomen voor de dieren- en plantengezondheid.  We houden eraan waakzaam te zijn voor nieuwe ontwikkelingen rond bekende pathogenen, alsook voor totaal nieuwe pathogenen.  Zo was Dier, Plant en Voeding van bij het begin betrokken en vertegenwoordigd in de oprichting van het RAGCA (Risk Assessment Group Covid Animals) om het beleid te adviseren in verband met de mogelijke interacties die het coronavirus kan aangaan tussen mens en dier.

ZOONOSEN

Vertrouwen in de toekomst krijg je door hem mee voor te bereiden. Daarom zet Dier, Plant en Voeding ook in op een betere kennis in verband met zoönosen. Dit zijn ziekten die tussen mens en dier overgedragen kunnen worden. SARS-COV-2 heeft de aandacht voor deze mogelijkheid verhoogd, maar we kennen deze natuurlijk al veel langer.

 

De strijd tegen tuberculose of hondsdolheid is voornamelijk geïnspireerd om de mens te beschermen tegen deze vreselijke ziekten. Een proactief beleid rond zoönosen dient onze maatschappij beter te wapenen tegen dreigingen op dit vlak. In het geval van door de mens gehouden diersoorten is een degelijk epidemiologisch netwerk met bekwame veehouders en dierenartsen van groot belang.

 

KANKER … BETER VOORKOMEN DAN GENEZEN !

Kanker is de tweede doodsoorzaak in de EU, na hart- en vaatziektes. Elk jaar wordt bij 2,6 miljoen mensen kanker ontdekt en elk jaar overlijden 1,2 miljoen mensen aan deze ziekte.

 

Kanker is een grote bedreiging voor onze samenleving. Naast de gevolgen voor de gezondheid van de patiënt, heeft kanker ook een grote maatschappelijke en economische impact (meer dan 100 miljard euro per jaar).

 

De strijd tegen kanker is ook een van de belangrijkste prioriteiten van de Europese Commissie op gezondheidsgebied voor de komende jaren. Het is in deze context dat de Europese Commissie in februari 2020 haar Europees plan (“EU’s Beating Cancer Plan”) lanceerde. Dit plan moet de lidstaten helpen om kanker te voorkomen en te zorgen voor een hoge levenskwaliteit voor kankerpatiënten en -overlevenden en hun gezinnen en verzorgers. Het is georganiseerd rond een aantal kerngebieden waarop de EU de grootste meerwaarde kan bieden: preventie, vroegtijdige opsporing, diagnose en behandeling en levenskwaliteit van kankerpatiënten en -overlevenden.

 

Maar liefst 40% van alle gevallen van kanker kan worden voorkomen als we onze huidige kennis goed gebruiken. Preventie is op lange termijn dan ook essentieel en de meest kostenefficiënte manier om kanker onder controle te krijgen.

 

Dier, Plant en Voeding zal de besprekingen en uitrol van dit Europees kankerplan van nabij opvolgen en hier actief haar steentje aan bijdragen om zo de hoge ambities mee te verwezenlijken.

 

Zo is het roken van tabaksproducten is één van de voornaamste oorzaken van longkanker.  90% van de longkankers zou kunnen voorkomen worden door het gebruik van tabak te elimineren.  Zoals ook in het regeerakkoord is aangegeven, zal Dier, Plant en Voeding samen met de bevoegde Minister werk maken van een krachtig anti-tabaksbeleid en een langetermijnstrategie om zo te streven naar een rookvrije generatie door het roken steeds minder aantrekkelijk en toegankelijk te maken.  Op EU vlak vormt de uitrol van de neutrale verpakking voor sigaretten (volledig van toepassing in België sinds 1/1/2021) en een gezamenlijke benadering voor de taxering van tabaksproducten een prioriteit.

 

De overmatige consumptie van alcohol heeft eveneens een grote impact op onze gezondheid.  Hierbij denken we in de eerste plaats aan kanker, maar ook levercirrose en cardio-vasculaire aandoeningen kunnen een gevolg zijn van overmatig alcoholgebruik.  Dier, Plant en Voeding zal ook hier de nodige voorstellen formuleren aan de bevoegde politieke overheden om te komen tot een nationale strategie om het schadelijk en overmatig alcoholgebruik naar de toekomst toe te verminderen, en dit zowel bij jongeren als volwassenen.  Op EU vlak wensen we te streven naar gemeenschappelijke regels voor wat betreft de etikettering van en reclame voor alcohol.

 

Het risico op kanker wordt eveneens verhoogd door een ongezond voedingspatroon en onvoldoende lichaamsbeweging. De Covid-19 pandemie heeft ook aangetoond dat mensen met een evenwichtig voedingspatroon en voldoende lichaamsbeweging beter beschermd zijn tegen het virus.  De invoering van de Nutriscore in België is een mooi voorbeeld om mensen aan te zetten tot een gezondere en evenwichtigere voedingskeuze.  Vanuit Dier, Plant en Voeding zullen we, binnen onze bevoegdheden, een ook aantal bijkomende acties voorstellen in het kader van het Federaal Voedings- en Gezondheidsplan.

 

Ook de blijvende bescherming van de bevolking tegen de mogelijke aanwezigheid van kankerverwekkende stoffen in onze voeding blijft onze grootste aandacht wegdragen.  Een nauwe opvolging en eventuele bijsturing van de bestaande normen op basis van nieuwe wetenschappelijk evidentie blijft hierbij onze prioriteit.